Alfred Birney, ontmoeting met een Indische schrijver

Kennismaking

Wat was ik zenuwachtig voor het interview met de schrijver. Ik kende hem van naam, maar ik moest toegeven dat ik geen enkel boek van hem had gelezen. Eén week had ik ter voorbereiding tussen de presentatie van het essay ‘De Dubieuzen’ en de eerste Indo-Maluku Garden Party (IMGP). De schrijver probeerde me gerust te stellen: “Ach joh Magda, we kletsen gewoon wat”. Dat wilde ik juist niet, gewoon wat kletsen. De IMGP was voor mij een serieuze zaak. Een ontmoeting tussen Indo’s en Molukkers, met wie we onze verhalen delen over identiteit, gezamenlijke geschiedenis, animositeit … een confrontatie wellicht.

Via de IMGP-pagina op Facebook deelde ik mijn voorbereiding: het schrijven van de teksten voor de presentatie en het interview met Alfred Birney en de andere gasten Glenn Pennock, Rob Dumas en Olympia Latupeirissa. Ik vroeg om een aai over de bol, kreeg die ook volop en daarmee was het ijs gebroken. Geanimeerde gesprekken werden gevoerd tussen Molukkers en Indo’s. Ontspannen, vriendschappelijk en met veel humor; een typering die past bij de IMGP. De party vond plaats op 28 april 2012, in het voormalig Moluks Historisch Museum aan de Kruisstraat. Crossroads, zoals multiartiest Glenn Pennock het noemde, daar waar onze wegen elkaar kruisen.

Interactie

Ontspannen en met humor – ik had even de aandrang om de schrijver samen met mijn broer, medeorganisator van IMGP, een klap te verkopen met de gaba-gaba, want ze dreigden mijn serieus voorbereide gesprek met grappen en grollen te saboteren. Desalniettemin werd het een inspirerend gesprek. We kwamen tot essentiële vragen, die voortvloeiden uit het essay en de intentie van de IMGP.

‘De Dubieuzen’, een essay over beeldvorming van de Indo in de Nederlandse koloniale literatuur vanuit verschillende perspectieven bekeken. Vanuit literair-historisch perspectief is interessant om te zien hoe de niet-gecanoniseerde schrijvers het beeld van de Indo en de koloniale verhoudingen destijds neerzetten. Als Molukse vind ik voor de ontmoeting met de Indische mensen vooral de beeldvorming vanuit sociaal-economisch perspectief interessant. In hoeverre zijn etnische afkomst en status belangrijk in de connectie met andere groepen in de koloniale samenleving. Birney noemt de Indo een dubieuze figuur. De Indo leefde in Indië in een heel andere sfeer, meer connected met de Nederlanders. Ik was vooral benieuwd of die houding ook bepalend is geweest voor de relatie tussen Indo’s en Molukkers in Nederland, die gekenmerkt werd door een bepaalde mate van animositeit, angst voor de agressieve Ambonees, ontkennen of miskennen van elkaars gedeelde geschiedenis en leed.

In het gesprek ging Birney in op de koloniale verhoudingen en constateerde dat eenmaal in Nederland, de verhouding met de Nederlander en diens houding t.a.v. de eigen koloniale geschiedenis, spaak liep. De Nederlander leek zich te schamen voor de koloniale geschiedenis, haar eigen geschiedenis. Dat (onder)bewuste gevoel, dat vooral niet uitgesproken kon en mocht worden, resulteerde in ontkenning, het niet willen weten. Wij, Indo’s en Molukkers hebben het geweten. Velen van ons voelden zich miskend, er werd nauwelijks aandacht besteed aan de koloniale geschiedenis en hoe het de Indo en Molukker verging eenmaal in Nederland aangekomen, bleef onbekend voor de Nederlander, maar ook onderling waren wij Molukkers en Indo’s niet goed op de hoogte van ieders verleden en heden.

Birney constateerde dat Molukkers en Indo’s, ondanks etnische verschillen, maar juist vanwege het gezamenlijke land van herkomst, alsmede de vergetelheid waarin wij in Nederland dreigden te geraken, de krachten samen moesten bundelen. Begrip voor elkaar en delen met elkaar brengt ons verder, door blijvend aandacht te vragen voor erkenning. Erkenning, een woord met een politieke lading, maar vertaald naar ‘De Dubieuzen’, in de betekenis van aandacht m.b.t. literatuur- en geschiedenisonderwijs.

Geschiedenisonderwijs, dat door canonisering duidelijke onderwijsdoelen heeft geformuleerd, maar naar mijn mening daardoor ook een beperking heeft t.a.v. de onderwerpen en vooral ook de zienswijze op de koloniale en post-koloniale geschiedenis. Wij, Molukkers en Indo’s, vinden het een recht, dat de geschiedschrijving ook vanuit ons perspectief geschreven wordt, en de aandacht krijgt die het verdient. Een doelstelling voor de toekomst waar wij nu gezamenlijk voor kunnen pleiten.

Foto: Cindy Smits, 2012

4 Comments

  1. Interessant onderhoudend geschreven. Ik beleef die dag weer helemaal opnieuw!!

  2. Het was allemaal heel relax… en ik heb alleen maar complimenten over je aanpak van de dag gehoord. Wanneer is het weer? … alleen, tja, Crossroads… Het museum heeft zelf een afslag genomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s