Schaatsen en pisang goreng

Het is nog herfst en het schaatsseizoen is al weken geleden geopend. Als we dit jaar met de wintersport zouden gaan, dan was het al lang bekend waar naar toe: Frankrijk met z’n spannende pistes, of Zwitserland als vanouds. Pas geleden hoorde ik een Nederlandse man zeggen, dat het hem niet uitmaakte of iemand van oorsprong Nederlander was of niet. Hij hield ook niet van schaatsen en deed niet mee aan de gekte.

Ik houd wel van schaatsen. Mijn kinderen stonden van jongs af aan op het ijs. Ze begonnen met ijzers, dan mochten ze op botjes, en pas later werden er noren aangeschaft. Klapschaatsen waren voor m’n zoon die wedstrijden reed. Het klopt, mijn kinderen groeiden op in een bovenmodaal ‘Nederlands georiënteerd’ gezin: skiën, hockey, verre reizen, academische achtergrond, een Molukse familie dat buiten de wijk woonde en goed Nederlands sprak. Sport voerde de boventoon in de opvoeding, muziek minder, ook al waren een piano en gitaar tot hun beschikking. Moluks Maleis hebben ze niet leren spreken, ook al is hun moeder daar expert in. Een uitgelezen kans was dat toch voor de kinderen geweest? The best of both worlds!

Zo is het niet gegaan, omdat ik in de opvoeding een laissez-faire houding had. Gewoon laten gebeuren, wel stimuleren, maar geen dwang en zeker niets opleggen. De kinderen gingen wel naar een Molukse peuterspeelzaal, maar daarna naar het daltononderwijs, wat een niet voor de hand liggende keuze was voor Molukse ouders, hoewel jonge ouders later ons voorbeeld volgden. Ach, misschien had ik wat beter m’n best moeten doen en hun leven wat meer Molukse kleur moeten geven. Spijt heb ik er niet van. De kinderen hebben een goed kontakt met hun Molukse familie en ze weten waar de oorsprong ligt van hun grootouders. Ze vinden als half-Molukker of half-Nederlander hun weg wel in de samenleving en ze weten ook wel dat het in ons gezin er soms anders aan toe gaat. Wanneer er bijvoorbeeld pisang goreng gebakken wordt, mogen de buren er ook van smullen.

Natuurlijk zijn er voor de kinderen wel momenten geweest dat ze aangesproken werden op hun uiterlijk. Een gekleurde schaatser op een 400-meter baan is geen dagelijks tafereel. En m’n dochter werd zich heel even bewust van haar uiterlijk op de elitaire witte school. Ze hebben zich daar moedig doorheen geslagen. Het zijn ook andere kinderen dan wij, 2e generatie Molukkers. En gelukkig ook maar! De keuzes die ze nu kunnen maken voor hun toekomst, kunnen ze in alle vrijheid maken, want de wereld ligt aan hun voeten. Wel een heel ander leven, dan wanneer je je uit een kamp of woonwijk moet worstelen en de jaren ’70 bepalend zijn geweest voor je ontwikkeling.

Dat kinderen het verleden van hun ouders niet mee moeten torsen, leerde mij dit verhaal, dat zich zo’n 18 jaar geleden voltrok. Ik was docent Moluks Maleis in het voortgezet onderwijs. De lessen Moluks Maleis werden buiten het rooster geplaatst, dus kregen de leerlingen een extra uurtje les. Het was een gemengd clubje leerlingen, van VMBO tot VWO, volledig Moluks, half Moluks, binnen of buiten de wijk wonend, allemaal op één hoop gegooid. Dat betekende ook dat er onderling wat ‘uit te vechten’ was. Wie was er nu meer Moluks, wie sprak de taal? Nou, daar had ik in eerste instantie niet op gerekend. Ik was in de voorbereiding meer bezig geweest met het niveauverschil. Ik merkte dan ook dat ik niet alleen een docentenrol te vervullen had, maar belangrijker nog, een begeleidende rol.

Hoe gaan we met elkaar om, wat weten we van elkaar, wat weten we van de geschiedenis van ouders en grootouders. Gesprekken met 12-, 13-jarigen, die zelf ook met veel vragen zaten. Een leerling beklaagde zich bij mij, dat hoewel hij hele hoge cijfers had, hij het idee had dat hij beter moest presteren om naar het VWO te gaan dan een Nederlandse medeleerling. Bij navraag kreeg ik de opmerking dat Molukse leerlingen het toch niet konden redden op het VWO. Ik vroeg me openlijk af of dat door de leerling kwam of door de lage verwachting van de docent.

Eén leerlinge hield zich altijd op de achtergrond, en ze viel me op omdat ze telkens zonder boeken naar de les kwam. Toen ik haar ernaar vroeg, leek het of ze haar hele verhaal bewaard had voor dat moment. Ze biechtte me op dat ze van haar vader niet naar Moluks Maleise les mocht, maar dat haar Nederlandse moeder het wel goedkeurde. Toen vader erachter kwam dat ze toch ging, verscheurde hij haar boeken, want hij wou niets weten van alles wat Moluks was. Het had z’n leven verwoest en z’n dochter moest daar ook niets mee te maken hebben. De leerlinge vertelde me dat ze zich juist zo prettig voelde bij haar familie in de Molukse woonwijk, en ze begreep niet wat er slecht was geweest.

Ik ben de leerlinge daarna uit het oog verloren, omdat de lessen werden geschrapt en jaren later hoorde ik dat haar schooltijd moeizaam was verlopen, en dat ze op haar 16e een kind kreeg. Haar vader, die z’n dochter heeft laten voelen wat hij voelde, vervloekte ik: de egoïst. Ik hoop oprecht dat de inmiddels vrouw geworden meisje, die haar Moluks zijn wilde beleven, dat uiteindelijk toch heeft kunnen doen, en dat ze een manier heeft kunnen vinden om los te komen van haar vader’s pijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s