Wij zijn ook kleuters geweest

Ik groeide op in een woonoord en ik dacht dat de rest van de wereld er net zo uit zag als de wereld waarin ik leefde. We woonden in een barak, waar vier gezinnen werden ondergebracht. Op nummer 232. Het was ons tweede en laatste onderkomen in het kamp. Het huisje had drie slaapkamers en later kwam er een vierde slaapkamer bij. Oom Agus, een neef van m’n vader die naast ons woonde, stond zijn slaapkamer voor mij af. Hij had als vrijgezel toch niet veel nodig. Ik moet wel toegeven, dat ik al snel doorhad hoe ik m’n ouders zover kon krijgen om mijn zin door te drijven. De woorden had ik en ook de privileges van een eerstgeborene.

Met de buitenwereld kreeg ik pas te maken na m’n 7e jaar. In het kamp ging je naar de kleuterschool en de eerste twee klassen van de lagere school. De kleuterschooltijd was een onbezorgde tijd, hoewel ik me niet veel herinner uit die tijd. Ik was een dromer. Vooral de nare dingen heb ik in m’n geheugen opgeslagen. Op de lagere school ondervond ik voor het eerst de wreedheid van volwassenen. Ik herinner me dat een klasgenoot afgeranseld werd. Hij zou niet te hanteren zijn en er was geen aandacht en geen plaats voor hem op school. Ook de maandagochtend zit in mijn geheugen gegrift. In de klas, zittend in rijen van twee met je handen plat op tafel, terwijl de juffrouw dreigend met een liniaal de rijen langsliep op zoek naar vuil onder de nagels.

Was het doel van kastijding om angst te kweken voor het gezag? Moesten wij al vroeg doordrongen zijn van het feit dat we in het gareel moesten lopen? Dacht men dat wij, kinderen van Ambonezen, de uit hun ambt verstoten militairen met een reputatie als vechtersbaas, wel een flink pak slaag gewend waren? Ik wist natuurlijk van de verhalen, dat met name jongens flink aangepakt werden. Bij ons thuis tolereerde mijn moeder geen pak slaag. M’n vader, die als kind mishandeld werd door zijn pleegouders, dacht dat het erbij hoorde. Maar door de mishandeling is hij juist het dorp, waar hij opgroeide ontvlucht. Hij tekende voor het KNIL en loog over z’n leeftijd.

De kleuterschooltijd. Een tijd die ik koester. Een tijd waar je als kind behoefte hebt aan veiligheid, geborgenheid en waar je gezien wil worden. Dat wou ik ook graag, gezien worden door de juf. Dit wordt me weer duidelijk bij het zien van de klassenfoto uit die tijd. Op het moment dat de fotograaf de foto maakte, wendde ik m’n hoofd af om te kijken naar juffrouw Keizer. Heeft de fotograaf geen foto kunnen maken waar ik net als de andere kinderen in de camera kijk?

Bij het bekijken van de foto en de gezichten van mijn klasgenootjes ben ik toch wel benieuwd. Zijn ze allemaal de persoon geworden die ze uitstraalden op de foto? Ik kan het niet helemaal beoordelen, omdat ik op m’n twaalfde het kamp verliet en op m’n negentiende een andere levensweg heb gekozen. Weg uit Capelle.

Toch weet ik me een paar klasgenootjes goed te herinneren en heb ik de afgelopen jaren een aantal van hen weleens teruggezien. Tientje, die naast me zit op de foto en met wie ik veel gespeeld heb, is nog steeds goedlachs. En Sjane, een vriendin met wie ik een deel van de middelbare schooltijd heb doorlopen, kon zo mooi zingen. Voor mij was zij het mooiste meisje van de klas. De boef in cowboykleren, Reggy, het bijdehandte jongetje, speelt hij nog piano? Dat ik voor Nico, die heel zelfverzekerd in de camera kijkt, bang was begrijp ik nog steeds niet. Nico, een aimabele man, moest me onlangs het antwoord schuldig blijven. Van Willy, een slim en open meisje, herinner ik me een gebeurtenis in de laatste maand van de kleuterschool. We werden voorbereid op de eerste klas, maar hoe dat ging herinner ik me niet meer. Wel het moment dat ik naast Willy zat en ze mijn sommetjes maakte. Het leek alsof ik eindelijk ontwaakte uit een droom. Ik besefte me dat er voortaan iets anders van me verwacht werd. Ik zie Guus, een mooie stille jongen, die er niet meer is. Selwyn met colbert en vlinderdasje. Zijn ouders, volleerde muzikanten, wisten wel hoe hij gekleed moest gaan. En Gustaaf, bescheiden als altijd.

Niet iedereen is in Capelle gebleven. Een aantal is met hun ouders naar elders vertrokken. Hoe zou het iedereen vergaan zijn? Hebben ze allen ook een strijd moeten voeren om te zijn wie ze zijn? Moluks, Nederlands of beide? Is het voor hen ook soms lastig geweest? Ik vond het de eerste jaren best moeilijk en daar zou ik het met hen nog eens over willen hebben. Natuurlijk de mooie herinneringen ophalen, zodat mijn beeld van die tijd completer wordt. Maar de werkelijke reden? Om eindelijk de taal te spreken, die ik vroeger niet kon en mocht spreken.

1e rij vlnr: Eduard Hehanussa, Nico Titerloblobey, Gustaaf Lalihatu, Ferry Huwae, Danny Taihuttu, Guus Siwalette, ? Jamlean (woonde tegenover tanta Mina de Lima in ’t rijtje van Tosca de Fretes )

2e rij vlnr: Josje Latukolan, Mima Suitela, Sjane Anakotta, Atha Huwae, Cootje Hogendorp, Magda Pattiiha, Christien Matitaputty, Coos Haulussy

3e rij staand vlnr: Fransien Timisela, Sjane de Fretes, Tedda Lawansuka, Willy Maruanaija, Loes Luhulima, Boetje Sengkery, Boetje Maitimu, Reggy Kakiailatu (kaboi Tex Tucker)

4e rij vlnr: Thijsje Kesauly, Selwyn Timisela, Adrie Hattu, Freddy Kolanus, Robbie Timisela, Karel Bakarbessy, Benny Patty, Steffi Tousalwa, Ronnie Taribuka, juffrouw Keizer.

 

11 Comments

  1. hey magda …leuk om verhalen van vroeger te lezen….en ook om te lezen hoe je het beleefd…..mijn eerste 10 jaren die we in vossenbosch beleven ervaar ik als onbezorgd vrij om te doen en laten wat je wilt..maar wel met de ogen van strenge ouders prikkend in je rug…ook ik heb de eerste 3 jaren van mijn schooltijd in een kamp doorlopen….hoe gek het ook mocht klinken ik kan me er weinig van herinneren….wat ik me wel herinner zijn de tijden na schooltijd….eerst schoolkleren uit en dan speelkleren aantrekken en de bossen in….krijgertje spelen iedereen die in vossenbosch woonde ken dit wel….tarzan en ivanhoe spelen in de bossen….het was een onbezorgde jeugd….de winters waren hard en koud compleet met bloemen op de ruiten en joekels van ijspegels buiten hangend aan de dakgoten….zulke winters kennen we tegenwoordig niet meer…..want toen we verhuisden naar wierden is het net of we ook de winters achtergelaten hebben …want ik heb daarna nog nooit meer zo’n winter meegemaakt…..dat was in 1966….en nou staan we op de drempel van 2013 …wat zal het ons brengen…..

  2. Hoi Magda, heel mooi verhaal en voor mij ook zeer herkenbaar. Ben op mijn 12e jaar ook uit het kamp verhuisd naar Ochten (bij Tiel) en daar opgegroeid tussen de Hollandse gemeenschap. Na de LTS en MBO Nationale Schildersschool ben ik in 1978 gestart met een eigen bedrijf (schildersbedrijf) en sinds 2010 ook als Docent/Instructeur aan de ROC Bouwen en Wonen in Eindhoven. Ik ben ook benieuwd hoe het met de rest van de klas is begaan. (een reunie?) Vond het het ook leuk jou en Eduard laatst in Tiel te ontmoeten helaas voor een korte duur. Maar wat mij toen opviel je was niet bang voor mij,,,,,haha! Trouwens een prachtige lieve foto van jou met de poppetjes. Van de klasse foto heb ik het origineel nog in mijn album. Groet en wie weet tot weder ziens. Nico Titerloblobey

  3. @Emmy, je bent een buitenkind geweest, leuk hoor! Ik ben benieuwd naar jouw verhalen en foto’s, misschien iets voor een Pattiiha-dag? @Nico, bedankt voor je mooie reactie, we zijn kennelijk ongeveer dezelfde tijd uit het kamp vertrokken. Ik ben benieuwd waarom je ouders dat hebben besloten. Een reünie lijkt me een goed idee. Wie weet!

  4. leuk geschreven. heel herkenbaar en je weet het erg mooi te verwoorden. wij hebben 3 jaar in Ijsseloord gewoond, van 1958 tot 1961. veel kinderen op je klassefoto en de juffrouw herken ik. Na ons (maar veel later) zijn de families Huwae, Timisela, Tousalwa en Pattipeilohy ook naar Tiel verhuisd. Ook ik heb goede en minder goede herinneringen aan het kamp. Mijn complimenten voor je stukjes en verhalen . Gr. uit Amsterdam van Joop Pattinasarany

  5. hallo magda, ja die verhuizingen naar tiel maar ook naar alphen en krimpen; ik ben ook wel benieuwd waarom dat was. mijn vader was de eerste dominee in het kamp en volgens mij werd hij door de synode herplaatst in de toen nieuwe wijk in tiel en werd zijn ambt overgenomen door ds. matulessy. een aantal van de andere genoemde gezinnen had al familie wonen in tiel. maar de preciese reden???
    gr. jp

  6. Joop en Magda, voor wat betreft de verhuizingen naar Tiel..misschien vanwege de werkgelegenheid ? (niet wat jouw vader betrof..neem ik aan Joop) Tiel had toentertijd veel industrie (arbeidersstadje)…mijn ouders zijn om die reden naar Tiel verhuisd.

  7. @Joop en Vic, dat zou inderdaad een reden kunnen zijn. Misschien staat daar iets over gedocumenteerd? Mijn vader leeft nog, misschien weet hij er meer van. Groet, Magda.

  8. Vic, je hebt waarschijnlijk gelijk dat ze voor het werk naar Tiel verhuisden. Maar er gingen ook in die tijd gezinnen naar Krimpen verhuizen en dat is nog geen 5 km, dacht ik van, Capelle vandaan. Misschien dat de grotere stenen huizen in de wijk ook aantrekkelijk waren? Ik ben benieuwd Magda wat je daarover van je vader te weten kan komen. gr. jp

  9. Wij zijn ook vanwege het werk (vooral voor mijn vader) verhuisd naar Ochten (bij Tiel) en konden zo in een nieuwbouwhuis welk eigenlijk bedoeld was voor de laatste Molukse gezinnen die uit het kamp “Overbroek” (tussen Kesteren en Ochten) moesten verhuizen i.v.m. de aanleg op en afrit van de A15. En ook door de familie Refoealoe (satu kampong) die van kamp “Overbroek” naar de nieuwbouw van Ochten zijn verhuisd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s