Kia, mijn moeder (1)

Ze noemden haar Kia. Dat was niet haar naam.

Telkens weer vertelde ze hetzelfde verhaal. Van het zieke kind dat in de serre lag, alleen, starend naar het plafond dat bedekt was met groen. Zij was het zieke kind. Om haar heen hoorde ze de talloze geluiden van bedrijvigheid in en rondom het huis. Ze hoorde de blaffende honden, de kippen op het erf die opgejaagd en kakelend rondfladderden en het geritsel van een slang, die kronkelde door het groen boven haar hoofd. Ze hoefde haar hand alleen maar uit te steken. Ik vroeg haar of ze bang was. ‘Nee, mama was niet bang. De babu’s waren er ook hoor’. Waarom was haar moeder niet bij haar, want zíj was er altijd voor ons. Dat verhaal heeft mijn moeder nooit verteld.

Er waren zaken waar mijn moeder over zweeg. Haar jeugd op Sumatra was van korte duur en op Java was er het gemis van haar ouders. Toen kwam de oorlog en het knielen en diepe buigen voor de hardvochtige Jappen. De vernedering verontwaardigde haar na jaren nog steeds. Het was een zware tijd, want haar oma kon nauwelijks de eindjes aan elkaar knopen. Haar zusje die ze nooit noemde, was geen echt zusje en later misschien toch weer wel.

Mijn moeder was geboren op Sumatra. Ze kreeg de naam Catherine, slechts één naam. Haar vader had een goede baan op de plantage en hij was getrouwd met m’n Sumatraanse oma. Ratna heette ze. Ik fantaseerde vaak dat ik naar haar werd vernoemd. Ratna, een juweel, een prinses. Nu draag ik de naam van de overleden vrouw van m’n vader. M’n vader die uit de kampung kwam, de geboortegrond van mijn moeder’s familie.

Na de oorlog keerde m’n moeder niet terug naar Jambi. Haar ouders zouden zijn omgekomen. Mij werd verteld dat opa uit rancune over z’n goede positie vermoord zou zijn. Later werd dit verhaal bijgesteld. Opa zou geen goede baas zijn geweest. En Ratna, hoe was ze overleden of leefde ze toen nog? Kon ze als weduwe misschien niet voor haar kinderen zorgen en liet ze hen daarom achter bij de familie op Java? Zoveel vragen, maar mijn moeder zweeg. Of zou ze het zelf niet weten?

Mijn moeder en haar zusje moesten een nieuw leven beginnen. Oma redde het niet alleen en familie bood aan om de meisjes in hun gezin op te nemen. Mijn moeder verzette zich hevig. Het voelde niet goed voor haar en uiteindelijk regelde haar oma dat ze als 15-jarig kindermeisje bij een Nederlandse diplomatengezin ging werken. Het kindermeisje van Moluks-Sumatraanse afkomst, die op jonge leeftijd haar familie en het leven op Java achterliet en haar gevoel volgde, was dus mijn moeder. Zo jong en zo moedig.

Voor mijn zussen en mijn broer, R.I.P. mijn andere broer.

3 Comments

  1. prachtig verwoord en ik heb diep respect voor uw moeder.. wat een kracht!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s