Een kwestie van zelfbeeld

Daar kunnen mijn kinderen wel aan meedoen dacht ik, toen ik de oproep zag van BukaMulu (een online website voor en door Molukse jongeren): hoogopgeleide Molukse jongeren gezocht, een onderzoek naar hardnekkige knelpunten m.b.t. de onderwijspositie van Molukse leerlingen. De twijfel sloeg heel even toe. Behoren mijn kinderen wel tot de doelgroep? Ze zijn immers half Moluks.

Kennelijk hebben Molukse leerlingen nog steeds een achterstand vergeleken met hun Nederlandse medeleerlingen. Ondanks de aandacht voor de verschillende leeftijdscategorieën en de diverse onderzoeken die de afgelopen jaren zijn verricht, blijven er knelpunten bestaan. Met dit onderzoek onder hoogopgeleide jongeren probeert het LSEM (Landelijk Steunpunt Educatie Molukkers) te achterhalen welke factoren het schoolsucces bepalen of beïnvloeden.

Op de site van het LSEM zijn een aantal constateringen over de onderwijspositie van Molukse leerlingen samengevat. De constatering dat de derde generatie slechter presteert dan de tweede generatie verbaast me. Zijn we ondanks alle inspanningen niet verdergekomen? Heeft de derde generatie met alle steun en aandacht die het kreeg, daar geen voordeel mee gedaan? Dat er een hoog percentage VMBO-leerlingen is, is niet verrassend, onder de autochtone leerlingen is dit ook het geval. Hoe dan ook, het is goed dat een organisatie de Molukse leerling op de onderwijskaart blijft zetten. Dat er nog werk aan de winkel is, heeft het LSEM zelf ook wel geconcludeerd, gelet op de constatering van de volgende knelpunten die een goede onderwijspositie in de weg staan: een laag sociaaleconomische positie van veel Molukse huishoudens, de geringe taalvaardigheden van ouders en jongeren, het ontbreken van gerichte toekomstperspectieven, een sterke gerichtheid op de eigen groep en geringe concrete ondersteuning van ouders.

Op voorhand kan men eigenlijk al concluderen dat wanneer de hierboven genoemde knelpunten bij de hoogopgeleide jongeren meespelen, maar geen belemmering hebben gevormd voor een bovengemiddelde opleiding, dat het dan goed gesteld is met de intrinsieke motivatie van die jongeren. Blijkt uiteindelijk dat bij de ouders van de hoogopgeleide jongeren de genoemde knelpunten niet waren te constateren, dan zullen de huidige knelpunten, speerpunten moeten worden voor de toekomst. Verbetering van de sociaaleconomische positie, extra aandacht voor het Nederlands, verbeteren van het toekomstbeeld, buiten de groep leren kijken en niet alleen naar binnengericht zijn, participatie van ouders door mee te denken en mee te doen. In beide gevallen zal de aandacht hoofdzakelijk gericht moeten zijn op motivationele factoren, ambitie en opkomen voor jezelf, m.a.w. een positief zelfbeeld en dat moet van binnenuit komen, bij de jongeren en bij ouders. En dat is nu zo lastig voor elkaar te krijgen. Onderwijspositie en emancipatie zijn grote thema’s die planmatig een concrete uitvoering dienen te krijgen en daarbij is het noodzakelijk dat deze thema’s collectief gedragen worden. De doelgroep moet er ook in geloven.

Voor jongeren is het tegenwoordig lastig om te kiezen. Er valt ook veel te kiezen. Met een in het algemeen weinig rooskleurig toekomstperspectief moet de jongere goed gemotiveerd zijn om de eigen schoolloopbaan zinvol in te vullen. Wat vind ik leuk en interessant, waar wil ik me de komende jaren voor inzetten, moet ik iets kiezen voor de rest van mijn leven, zijn er genoeg banen voor wat ik wil doen? Allerlei vragen die de jongere zich stelt. Er wordt ook veel van ze verwacht, want al op jonge leeftijd wordt een profiel en een vervolgopleiding gekozen en verwacht de jongere tegelijkertijd de zekerheid van een baan na een opleiding. Daarnaast is het onderwijs de afgelopen jaren veranderd. Er wordt naast de basisvakken ook ingespeeld op flexibiliteit, autonomie, samenwerken en leren leren. Op de basisschool stimuleert men de intrinsieke motivatie, noodzakelijk om de daaropvolgende jaren naar een volwaardige opleiding toe te leiden. Jongeren leren en studeren tegenwoordig niet alleen voor een beroep, ze leren flexibel te zijn en hun talenten en kwaliteiten te ontwikkelen om in allerlei beroepen en werkzaamheden in te kunnen zetten. The sky is the limit, je moet de mogelijkheden zelf willen zien. Motivatie dat van binnenuit komt en van buitenaf gestimuleerd moet worden door de omgeving, is echter lastig te sturen. Is de Molukse jongere daartoe wel in staat? Is die gerichtheid naar buiten toe niet een struikelblok? Zijn de jongeren wel voldoende geoutilleerd om buiten de groep te opereren? Worden ze wel voldoende gestimuleerd en bijgestaan? Ziet men het nut van een goede opleiding om volledig te kunnen participeren in deze samenleving?

De vraag rijst of het collectief denken onder Molukkers niet een beperking is, een belemmering van groei. Is de angst terecht dat de gerichtheid naar buiten toe, het verlies van eigenheid en culturele bagage betekent en men volledig geabsorbeerd wordt in de dominante samenleving? De tegenvraag luidt echter ook, is het wel nodig om die keuze te moeten maken? Dat we volledig mee kunnen doen in deze multiculturele samenleving is ons recht. En juist die ruimte voor je eigenheid is mogelijk als je daar maar voor gaat. Natuurlijk, het wordt de komende jaren lastig, want er is geen Moluks museum meer, de aandacht voor de Molukse leerling behoort niet tot het overheidsbeleid en het LSEM houdt op te bestaan. Stichting Buat die de Molukse belangen in Nederland behartigt, gaat een nieuwe netwerk opzetten en moet beducht zijn dat de doelstellingen niet vaag blijven. Is de Molukse gemeenschap ook bereid hieraan deel te nemen? De hamvraag is, willen we nog wel samen en zo ja, hoe doen we dat? Durven we als gemeenschap issues aan te pakken en zelfverantwoordelijk te zijn en onze eigen keuzes te maken, of is de afbrokkeling van het collectief een feit? Zelf geloof ik daar niet in, het collectief gevoel is juist sterk aanwezig, maar het is nodig om andere wegen te bewandelen om uiteindelijk samen sterk te staan in de dingen die we willen doen. De Molukse gemeenschap heeft moeite met individualiteit, drukt dat graag de kop in, terwijl men er juist van kan leren.

Doen mijn kinderen mee aan het onderzoek? Helaas worden ze buitengesloten, omdat wij als ouders ook een hoge opleiding hebben genoten. Onbegrijpelijk deze keuze, men gaat in dit onderzoek weer uit van belemmeringen en verschillen. Men zou er goed aan doen om in te spelen op kansen en mogelijkheden, van elkaar te leren en met elkaar de verbinding te maken naar de toekomst.

3 Comments

  1. De reacties hieronder heb ik gekopieerd van de FB-pagina ‘Ik heb hart voor Moluks erfgoed’ waar ik deze blog gepost heb.

    Servaas Maturbongs: Magda, ik heb altijd de indruk dat allerlei pedagogen en buro’s die achterstand ”cultiveren” omdat ze er via onderzoeken etc. aan kunnen verdienen

    Magda Pattiiha: Tja, de intentie van het onderzoek en hoe wil je er naar kijken, dat kan zo verschillend uitpakken … altijd je vragen blijven stellen.

    Stian Limaheluw: Ik denk Magda, dat met de resultaten van al die onderzoeken uiteindelijk niks wezenlijks veranderd bij de Molukse jongeren.
    Ik denk eerder aan een ambitietest bij de jongeren.
    Hoe ambitieus zijn de jongeren eigenlijk ?
    Gaan ze spreekwoordelijk over lijken, of houden ze het liever gezellig ?

    Bram Pattinasarany: De onderzoeken van o.a. LSEM naar de onderwijspositie van 3e generatie jongeren hebben stigmatiserend gewerkt. En ik ben het helemaal eens met de reactie van Servaas.

    Bram Latumahina: Kan niet laten om toch ff te reageren.Het doen van onderzoek is een proces.Vooraf is al de nodige,als het goed is, denk en discussiewerk gedaan.Je schat in wat de `bedoeling` is,en de `onbedoelde`neveneffecten.Dit geldt overigens ook voor de vaak `politiek`gevoelige `fondsenwerving om het onderzoek te kunnen uitvoeren.Je zult/en kunt nooit iedereen tevreden stellen.Als je vooraf overtuigd bent van de `waarde` van een onderzoek,dan nog kan je de plank (volledig of deels)misslaan!.Maar omgekeerd geldt hetzelfde:als je vooraf sceptisch staat tov een onderzoek,dan kan je ook totaal verkeerd zitten..

    Magda Pattiiha: Binnen dit proces van vraagstelling, onderzoek, uitkomsten en implementatie is het zaak om kritisch te blijven kijken, is de volgende vraagstelling wel de juiste?

    Brian Hukom: ‘Mijn kinderen zijn half Moluks’
    Brian Hukom: Hoe bedoelt u dat precies?

    Brian Hukom: Te snel gedrukt nieuwe poging; u zegt dat de twijfel bij u toesloeg omdat uw kinderen half Moluks zijn en of ze om die reden wel tot de doelgroep behoren. Ik heb daar zelf (als dubbelbloed) wel wat moeite mee komt een beetje over alsof wij niet volwaardige Molukkers zijn. Maar dat is natuurlijk mijn interpretatie

    Servaas Maturbongs: er zijn al zoveel dure onderzoeken geweest…, maar ze leidden allemaal nergens toe, voornamelijk om de eigen ego’s te bevredigen…

    Servaas Maturbongs: …..en conclusies en aanbevelingen die we zelf ook konden bedenken…, het negatief zelfbeeld werd alleen maar geaccentueerd…, het kindje met het badwater weggespoeld…

    Stian Limaheluw: Achtereenvolgende Universiteiten hebben om verschillende redenen een onderzoek gedaan naar de achterstand van de Molukse leerlingen. 1. Universiteit Leiden, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Utrecht, Radboud Univeristeit, Erasmus Rotterdam en Stichting Katholieke Universiteit Nijmegen….. het moet niet gekker worden…

    Magda Pattiiha: Brian Hukom, dubbelbloed .. deze term ken ik niet. Het heeft niets met wel of niet volwaardig zijn te maken. Ik ben Moluks en geheel volwaardig, mijn kinderen zijn half Moluks en half Nederlands en ook geheel volwaardig. Het heeft puur met de onderzoeksvraag te maken. Omschrijf de doelgroep, omschrijf het begrip, er is al zoveel vermenging, want dat beïnvloedt de uitkomst van het onderzoek. Is zo’n onderzoek wel ‘zuiver’ (excuse le mot).

    Servaas Maturbongs: om maar niet te spreken over het fait dat die onderzoekers nog steeds niet beseffen dat Molukse leerlingen al jaren niet meer als zodanig worden geregistreerd. Zie ze dan maar te traceren in de hedendaagse megascholen in grotere steden…

    Jan Hitipeuw: Betreffende dubbelbloed, halfbloed, opleiding, scholing, stigmatiseren, onderzoeken, aanbevelingen, ambitie, cultiveren… en nog veel meer woorden die de afgelopen decennia binnen de molukse gemeenschap een rol van betekenis binnen de discussies hebben gespeeld. Altijd discussie.. om het zelfde. Ja…. een volbloed molukker voelt zich beter dan een halfbloed/dubbelbloed. Ik heb er zelf niets mee, maar heb dit in de afgelopen 40-45 jaar als volbloed molukker om mij heen ervaren. Waarom de doorsnee volbloed molukker zich zo gedraagt.. tell me. Scholing en opleiding…..Cijfers uit statistieken liegen niet. Deze cijfers kunnen beinvloed worden. Maar dan moet het van binnenuit, de basis, worden gestart en uitgevoerd. Soortgelijke onderzoeken worden gestart/uitgevoerd omdat er vraag naar is. Er gaat iets niet goed. Men wil weten waarom, dus een onderzoek wordt gestart. En telkens steigeren wij, omdat het pijn doet en ons als gemeenschap raakt, omdat er weer slechte cijfers worden gepubliceerd. Mijn motto in deze: laten wij met zn allen er eerst voor zorgen dat die statistieken andere cijfers melden. Laat ons verrassen door een onderzoeksresultaat, waarbij de vraag wordt gesteld: “Waarom zijn de cijfers gekanteld…, hoe is dat tot stand gekomen, wat is er in de afgelopen periode gebeurd, waardoor deze cijfers anders (positiever) zijn. En dit alles begint mijnsinziens per kind, per inividu, per gezin….THUIS. Laten wij beginnen met de vinger naar ons zelf te wijzen en niet naar de ander. En natuurlijk kunnen wij de naasten om ons heen beinvloeden….. en meer hoeven wij niet te doen. Toma…..

    Leo de Lange: staat wel interessant op je cv als je een onderzoek hebt gedaan…
    Leo de Lange: maar de geschiedenis in deze blijft zich herhalen totdat we leren ermee om te kunnen gaan, onderzoeken of niet…het onderwijs leent zich nu eenmaal hiervoor…

    Frits Paul Manuhutu: Ik kan mij volledig vinden in wat Jan steld en concludeerd. Zelfreflectie en durven zeggen dat je fout zit is ons nooit geleerd. Wel is ons geleerd goed je best te doen, studeren om wat te worden voor onze toekomst (de RMS)…..Maar anno 2013 moet het eigenlijk zo zijn dat we weten wat we willen worden (het individu) En met deze topic zie ik ook een paralel met wat Tjo aangaf mbt de uitspraak van wijlen Mr. Manusama dat Molukkers politiek nog niet volwassen zijn. Immers als je politiek volwassen bent, weet je ook wat je moet doen aan de tekorten /tekortkomingen van onze gemeenschap in de breedte zoals het Onderwijs tot Sociaal Maatschappelijke vraagstukken. Onlossmakelijk verbonden om Politiek door te stromen. En we moeten leren een zakelijke houding aan te nemen. Voor niets gaat de zon op. Je moet geen handen meer ophouden. Selfsupporting is wezenlijk naar zelfstandigheid. Zoals leren aan de hand en later helemaal alleen. En als je dat kunt kan je ook zelf bepalen hoe en waarheen je wilt fietsen. Amatooooo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s