Take the power back

Mena! Muria! Krachtig en één; zo klonk de strijdkreet door de zaal.

Voor het eerst in jaren was ik aanwezig bij de viering van de RMS, de Republiek der Zuid-Molukken. Drommen mensen stonden bij de ingang van het congrescentrum geposteerd en binnen was het een levendige drukte; voor velen was het een hartelijk weerzien. De zaal waar de openingsceremonie werd gehouden en waar president Wattilete zijn speech hield, was echter niet tot de nok toe gevuld. Ik was benieuwd naar zijn verhaal en had ter voorbereiding op deze dag, de website en de FaceBook pagina van de regering in ballingschap bestudeerd. De toespraak van Wattilete bracht me daarom niet veel nieuws; het diende meer ter verduidelijking en aanvulling op wat ik gelezen had. Ik was dan ook benieuwd naar het vragenuurtje, dat na het officiële gedeelte werd gehouden.

Mena en Muria, twee woorden uit de landstaal die verwoorden, dat het volk met elkaar en voor elkaar zal blijven strijden. En dat kwam ter sprake in het vragenuurtje, in een discussie en een uitwisseling van standpunten met de aanwezigen. Frappant was, dat de president zich afvroeg of het volk hier in Nederland en daar op de Molukken, die strijd wel wilde voeren. Hij constateerde dat er weinig animo was en is, om de strijd financieel en met mankracht te ondersteunen. Slechts een klein groepje mensen moet met weinig middelen het vele werk dragen. Daarnaast gaf Wattilete aan, dat de tijd rijp is om te handelen: in West-Papoea is er beweging gekomen, Atjeh laat ook van zich horen en Maluku en de Molukkers in Nederland zouden daar gebruik van moeten maken. Hoewel de staat der Zuid-Molukken rechtmatig is verklaard, is de strijd – zoals zovele voorbeelden in de wereld laten zien – nog niet gedaan. Tegenstand en weerstand moeten bij het internationaal gerechtshof nog geslecht worden en dat kost geld. De president was er duidelijk en open over: niet alleen mankracht en financiën, maar ook het meedenken en het meedoen, is nodig om iets voor mekaar te krijgen.

Ook de 3e generatie werd aangemoedigd om te participeren en onderhuids klonk het verwijt dat dit zo moeilijk te realiseren was. Wat ik de president zou willen meegeven, is dat het ontbreken aan motivatie en de wil om te participeren, de 3e generatie niet is aan te rekenen. Wij, de 2e generatie, hebben er zelf een potje van gemaakt. Zie het bewijs: weinig is er over aan tastbaar erfgoed en instituten. Neen, we zijn voor de generatie na ons niet het lichtend voorbeeld geweest: geld is er niet, en wij hebben laten zien dat we zonder subsidies onszelf monddood hebben gemaakt. Vreemd is ook de constatering, dat jongeren niet georganiseerd zouden zijn. Waar zijn de jongeren van o.a. BukaMulu? Zijn ze verdwenen en zo ja, waar liepen zij dan tegenaan?

De president vond ik transparant in zijn bewoordingen, hij toonde zich een kwetsbaar mens. De adviseurs rondom hem waren vanwege hun retoriek die geënt was op sentiment en gevoel minder concreet. Zoals de vroegere presidenten in een heroïsche strijd hun palmares verdiend hebben, zijn de huidige leiders de managers van de wereld. Tijden veranderen, mensen veranderen; van ons wordt een actieve en participerende rol verwacht. En de jongeren? Als wereldburgers kunnen die ons veel leren in aanpak en beleving. Misschien moeten we het ze zelf vragen: “Zeg wat je van ons verwacht, we zullen luisteren en jullie ondersteunen. Neem uiteindelijk het heft in eigen handen!”

3 Comments

  1. Zo Magda, sterk stuk, met pijnlijke constatering.
    Groet, Eric

  2. schaamte komt bij mij bovendrijven als ik het zo lees…..want idd 2de generatie hebben het gewoon verkloot…..kijk maar naar ons erfgoed….dat hadden we aan de 3de generatie moeten overbrengen….maar waar is het dan fout gegaan….die vraag moet iedere 2de generatie toch kunnen beantwoorden…..nou waar blijven ze…..ik ben zelf 2de generatie en ik schaam me diep….ons tanah air waar onze ouders zo hard voor gevochten hebben……we kunnen er nog wat van maken….voor de generaties na ons….dat zijn we onze ouders verplicht….maar wie neemt dan het voortouw…..

  3. Magda, bij de meeste stukken die je schrijft weet je gevoelens los te maken. Dat is sterk van je. Zo ook deze post. Als ik dit lees, zie ik de ouders van een wat verloren volk, dat graag een eigen plek wilt hebben in de wereld, maar naar zijn kinderen kijkt en ziet dat die hun eigen weg gaan. En dat is dan niet de weg die je als ouders zou kiezen. Twijfel over de opvoeding van de kinderen. Een pijnlijk gevoel blijft over, samen met de ongerustheid of het met de kinderen goed zal komen. Ik zeg niet dat jullie leiders het goed of minder goed hebben gedaan., omdat ik daar geen verstand van heb. De doelstellingen en de inzet zullen heel integer zijn geweest.Troost je met de gedachten dat het met de meeste kinderen goed komt. Wat mij betreft zijn de Indonesische en Molukse mensen een waardevolle aanvulling op de Nederlandse samenleving.
    Groet, Karel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s