Een gedicht nog niet geschreven

Ik lees het gedicht van Abé Sahetapy en de vierde zin blijft maar in m’n hoofd hangen. Niet de zinnen over de momenten die hebben geleid tot de dodelijke afloop, niet over het gevoel van ontheemd zijn en niet over de strijd. ‘Het gebeurde scheurde ons uiteen’ zei het gedicht en die verscheuring heeft zich alsmaar verder voltrokken.

Zesendertig jaar lang sluimerde het vermoeden, dat niet alle Molukse treinkapers de dood hadden gevonden in een eerlijke strijd. De gedachte aan moord heeft al die jaren post gevat, maar nu een onderzoek nieuw licht werpt op de beëindiging van de kaping, blijken de Molukse rijen zich niet te sluiten. Juist nu het erop aankomt en het hoofd geboden moet worden tegen de onwil en de weerstand die van overheidswege hardnekkig zullen zijn.

Weerstand is bij ons Molukkers ook alom aanwezig. Journalist Jan Beckers ondervond weinig steun tijdens zijn onderzoek en de RMS regering in ballingschap werd node gemist bij het avondprogramma na de herdenking op 11 juni, waar Beckers een toelichting gaf op zijn bevindingen. Aanwezigheid van de RMS regering tijdens de herdenking was voor de gemeenschap kennelijk niet voldoende, want men hoopte op erkenning van bovenaf. Dit is nodig om als gemeenschap collectief druk uit te oefenen op de overheid om de autopsierapporten vrij te geven en daarmee vervolg op het onderzoek af te dwingen. Of blijft de gemeenschap zoals gebruikelijk passief en wacht het de gebeurtenissen lijdzaam af? Natuurlijk is het begrijpelijk dat men ook verbolgen is over een minister die herinneringsinsignes wil uitreiken aan de militairen die betrokken zijn geweest bij de beëindiging van de kaping. Het zet echter geen zoden aan de dijk, want we weten allang dat we in dit land te maken hebben met politici met weinig invoelingsvermogen en een chronisch gebrek aan historisch bewustzijn.

Het verhaal dat ik hier schets zal wellicht niet volledig zijn en zal door beide partijen met andere feiten weerlegd kunnen worden, maar dat interesseert me op dit moment niet. Waar ik me zorgen over maak is dat er teleurstelling heerst onder de mensen: men voelt zich achtergesteld, niet gehoord en niet gesteund. Niet alleen door de Nederlandse overheid, maar ook door de Molukse leiders en organisaties, en dat is funest voor het vertrouwen op een goede afloop. De strijdvaardigheid die de Molukse treinkapers destijds hebben getoond (ondanks het nutteloze geweld waarmee het gepaard ging), is bij ons zoek. We verwijten elkaar van alles en er gebeurt weinig, zonder dat we ons beseffen dat we genoeg kwaliteiten bezitten om een vuist te maken. Terwijl we met elkaar overhoop liggen en passief blijven afwachten, verstrijkt de tijd. De gedichten die in de toekomst geschreven zullen worden, zullen dan reminiscenties zijn van een onomkeerbaar voltooid verleden tijd.

Een dodelijke afloop

Het gebeurde in de vroege ochtenduren

Het gebeurde na negentien dagen strijd

Het gebeurde kwam uit de lopen van de M16

Het gebeurde scheurde ons uiteen

 

Het gebeurde in een andermans land

Het gebeurde ver van onze broeders en zusters

Het gebeurde tekende hun overmacht

Het gebeurde bevestigde onze bestaande strijd                                                      

3 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s