Ik ben anders, dus ik ben

Op mijn 17de las ik Siddharta van Herman Hesse, in het Duits. Hoewel ik mezelf de moeite moest getroosten om het Duits taalkundig te doorgronden – ik begon in een bibliotheekboek, maar kocht zelf een exemplaar, zodat ik aantekeningen kon maken en passages kon onderstrepen – maakte het diepe indruk. Nog nooit werd ik zo getroffen door een verhaal en de levenslessen die ik daarin aantrof. Passages uit het boek herlas ik, keer op keer, om ervan overtuigd te zijn, dat ik het begrepen had en vanwege het genot te ervaren dat een schrijver je gedachten zo mooi kon verwoorden. ‘Wahrlich, kein Ding in der Welt hat so viel meine Gedanken beschäftigt wie dieses mein Ich, dies Rätsel, dass ich lebe, …… kein Ding in der Welt weiss ich weniger als über mich, über Siddharta!’

Deze gedachte in Erwachen werd de opmaat tot de studie van mijn eigen taal en de honger naar literatuur, want woorden en verhalen leren jezelf te begrijpen, daar was ik van overtuigd. Volgens de filosofen Jensen en Wijnberg (Dus ik ben, 2010) is het leven niet alleen een zoektocht naar je identiteit; het is vooral een zoektocht naar authenticiteit, naar oprechtheid. In de huidige informatiemaatschappij worden we geconfronteerd met het feit dat jouw wereldbeeld er ook maar één is te midden van vele. De mens wil zich steeds meer van de ander onderscheiden, want hij wil autonoom zijn, een zelfstandig individu.

Dat ik mezelf moest onderscheiden, is me met de paplepel ingegoten. Misschien had mijn moeder het anders bedacht, maar het was wellicht ook haar manier om de realiteit van het kampleven te ontvluchten. In de manier van kleden, de muzieklessen die we van jongs af aan kregen, het verbod om de eigen taal te spreken – Nederlands spreken zou ons verder helpen in de maatschappij – de boeken en de Nederlandse kennissen. Ik herinner me dat een Engels gezin ons in het woonoord kwam opzoeken, vergezeld van een horde kinderen, die hen tot onze deur bracht en ons bestookte met vragen. De kennissen, met wie het Engelse gezin het huis voor de zomer ruilden, lieten een briefje achter met de boodschap dat niet voor het eten gezorgd hoefde te worden, want bij terugkomst zou mijn moeder nasi goreng klaarmaken.

Het zaadje was geplant en ik moest groeien. Het kampleven gaf me het gevoel van veiligheid en de warmte van een hechte familie, anderzijds stoorde het me dat je door de witte buitenwereld als groep en niet als individu werd aangesproken. Terwijl het confronterend was om je eigen gezicht te laten zien binnen de Molukse gemeenschap, was het ook een strijd daarbuiten. Ik zie het nog steeds om me heen; de strijd om niet alleen mens te zijn en authentiek, maar ook geaccepteerd te worden door de samenleving die van oorsprong wit is en westers. Het Poolse kind dat ik sinds kort in mijn klas heb en die wel wit is, maar door haar afkomst – ze woont met lotgenoten op een camping buiten het dorp – en haar beperkte taalvaardigheid, gestigmatiseerd wordt. Ik voel met haar mee.

De gebeurtenissen van de afgelopen maanden hebben mijn ogen nogmaals geopend en ik zie dat acceptatie van de ander in Nederland nog ver te zoeken is. De verhalen van Tjalie Robinson zijn wat dat betreft nog steeds actueel. In Een land met gesloten deuren (2011) beschrijft hij, dat je ondanks je geboorte, je taal en je paspoort, een outsider in Holland blijft. Zijn weergave van de naoorlogse maatschappij lijkt voor velen onder ons nu nog van toepassing: Nederland is een land met gesloten deuren. De schrijver zegt niet anders te kunnen denken en te schrijven dan hij doet. Later zou men er vast nog veel plezier aan beleven. ‘Dan pas zal men zien dat ik verduiveld veel bruikbaars heb opgeschreven. Mind my words.’ Tjalie Robinson is mijn held!

2 Comments

  1. Hallo Magda,

    Je bent gezegend met de vooruitziende blik van je ma en je honger naar filosofie en de zin van het leven !!!
    Ik was altijd met mijn neus in de boeken ,omdat ik Jeugdastma had,en niet zoals mijn broers en andere molukse jongens buiten kon spelen en voetballen !!!

    Boeken en verhalen van ouderen die bij ons in het kamp kwamen om te eten en boodschappen te doen.Dat was 1 van bezigheden ,ook het bedienen in het winkeltje.
    Mijn ouders hadden een kampwinkel in vosseveld (winterswijk ) en een eetgelegenheid waar de budjangs2
    komen om te eten.

    En ik ben heel leergierig/nieuwsgierig naar het hoe dingen werken,of het nu om de techniek gaat,of de dingen van het leven. we zijn allemaal godsdienstig opgevoed toch , maar ik was al heel vroeg bezig met de vragen ” Er is Meer tussen Hemel en Aarde.

    De meeste molukkers zijn opgevoed met bangmakerij over Satan enz2. maar ik was en ben nooit bang voor dat soort dingen.
    Vroeger in het kamp hadden de oudere jongens (die waren de BAAS ) van die rare spelletjes en als je Niet meedoe dan pakken ze je hard aan ,kwam je huilend thuis kreeg je nog tikken.

    Dus ik leerde al vroeg om hard te zijn voor mezelf als lijfsbehoud .Zij hadden een spelletje “TEMPEL AJAM”
    je moet je verstoppen in een bepaalde gebied ,en als ze je vinden krijg je een pak slaag.
    In dat gebied was ook een begraafplaats, dus konden ze me nooit vinden,dat was mijn verstopplaats en ik kwam pas eruit als ik wist dat iedereen naar huis was. ( na Middernacht )

    Jacob

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s