Omgaan met elkaar

Wat kan je eigenlijk met Omgangskunde? Deze vraag wordt me regelmatig gesteld. Dezelfde vraag kreeg ik ook toen ik na de middelbare school Indonesische talen en culturen ging studeren. Kennelijk maak ik keuzes die niet zo vanzelfsprekend zijn.

Om me verder te kunnen ontplooien, ben ik weer gaan studeren. De studie Omgangskunde is een lerarenopleiding, die het coachen en begeleiden van leerlingen (met gedrags- en leerproblematiek) in het VO centraal stelt. Hoewel het een specifieke opleiding is, is er veel voor te zeggen, dat de lerarenopleidingen ook omgangskundige competenties in hun kwaliteitskaart opnemen. Juist als docent moet je niet alleen je vakdidactische kwaliteiten ontwikkelen; vooral de relatie met de leerling en de groepsdynamische processen in de klas zijn evenzo belangrijk. Hoe kijk je als docent naar een leerling en wat neem je daarin van jezelf mee? De leerling die je triggert omdat je onaangepast gedrag waarneemt, vraagt ook van jou als docent een andere benadering. Je gedrag en houding verraden je kijk op de leerling en wanneer dat een goede verstandhouding en wederzijds vertrouwen in de weg staat, dan is dat niet eenvoudig om te buigen.

Het onderwijs is voortdurend in beweging en als professional is het zaak om van de laatste ontwikkelingen op de hoogte te blijven. Nieuwe concepten en ideeën laten zich echter niet makkelijk naar de praktijk vertalen. Ontwikkelingsgericht onderwijs als concept spreekt velen tot de verbeelding; de dagelijkse praktijk is weerbarstiger. En dat is nu wat onderwijs is. Wat voor de een werkt, is voor de ander niet zo vanzelfsprekend.

Veranderingen binnen het onderwijs hebben daarnaast ook een weerslag op een team en op de organisatie van een school. De omgangskundige is de expert die zich beweegt tussen de verschillende echelons en heeft ook zicht op veranderingsprocessen en de daarmee samenhangende groepsdynamische krachten. Hij of zij houdt zich bezig met vragen als, hoe herken je weerstand, welke leiderschapsstijl heeft een bepaalde schoolorganisatie nodig en hoe neem je een team mee in een veranderingsproces?

Op dit moment ligt mijn interesse vooral op het gebied van burgerschap als vak. Dit vak is landelijk verplicht gesteld en de scholen zijn vrij om te bepalen welke onderwerpen, binnen een viertal domeinen, behandeld worden. Het voordeel daarvan is, dat men aan kan sluiten bij wat er speelt en leeft op een school. Wanneer het thema ‘loverboys’ actueel is, dan kunnen workshops of lessen ervoor zorgen dat er openheid betracht wordt om ervaringen te delen of om leerlingen te wijzen op de gevaren van het omgaan met ‘loverboys’. Niet alleen kennis is binnen dit sociaal-maatschappelijke domein belangrijk, ook de persoonlijke betrokkenheid wordt binnen het vak burgerschap als uitgangspunt genomen.

Het nadeel van een vrije invulling is echter, dat essentiële thema’s kunnen blijven liggen. Het thema racisme leent zich er op dit moment goed voor om te onderzoeken. Waar zijn de heersende morele oordelen op gebaseerd en welke feiten en gevoelens liggen daaraan ten grondslag? Dit zijn essentiële vragen die tot kritisch denken uitnodigen. Het vermogen om je in een ander te verplaatsen is vervolgens de opdracht voor het onderwijs. Het gesprek met leerlingen en vooral met die leerlingen die zich vanuit hun culturele identiteit aangesproken voelen, is de moeite van het exploreren waard.

De kern van de omgangskundige benadering is mijns inziens gelegen in de open houding van de docent. Niet gehinderd door eigen oordelen en veronderstellingen krijgt de leerling de nodige sturing. En door de focus te richten op oplossingen en op wat goed gaat, kan men erachter komen wat voor de leerling werkt. Veel van wat ons op dit moment omringt, wordt vanuit de problematiek benaderd. Met de invoering van het passend onderwijs komen leerlingen met een stoornis of probleemgedrag het reguliere circuit binnen. Leerkrachten vragen zich af of ze bekwaam genoeg zijn om zulks specifieke problematiek aan te pakken. Van allochtone jongeren worden schooluitval en problematisch gedrag zelfs in de media breed uitgemeten. Maar juist door uit te gaan van de kwaliteiten van de leerling, is er ruimte om met oplossingen te komen.

Het maatschappelijke debat moet zeker niet geschuwd worden, maar de leerkracht op de basisschool en de docent in het voortgezet onderwijs moeten het op de werkvloer gaan doen. Zij zijn degenen die omgaan met de leerling en de student. En wat zeker niet vergeten mag worden, zij moeten ook omgaan met elkaar.

Verscheen ook als column voor online magazine Kasuaris

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s