De kumpulan: op zoek naar het gemeenschapsgevoel

Binnenkort wordt er een bijeenkomst gehouden waar het bestuur van de kumpulan Ihamahu, de PANN (Persatuan Anak-anak Negeri Noraiti Amapati), uitleg gaat geven over de ontwikkelingen binnen de vereniging c.q. bestuur. Met deze blog wil ik alvast een voorsprong nemen op de uitkomst van de bijeenkomst en pleit ik voor het aftreden van het voltallige bestuur. Voordat ik mijn argumenten presenteer, leg ik eerst uit wat de kumpulan inhoudt.

Om de verbintenis binnen de negeri, de oorspronkelijke dorpsgemeenschap op de Molukken, in stand te houden, werden in Nederland diverse kumpulan in het leven geroepen. De kumpulan is niet zomaar een vereniging. Mensen komen bijeen op grond van hun verwantschapsrelaties. De verwantschapsrelatie in de negeri is homogeen, maar omdat men in Nederland verspreid woont, vond men het belangrijk om de gemeenschappelijkheid, die mensen met eenzelfde verwantschap verbindt, te borgen.

Helaas wordt tegenwoordig regelmatig de klacht gehoord, dat de kumpulan, vooral jongeren niet (meer) aanspreekt en dat men daardoor niet actief meedenkt en meedoet. Een enkele uitzondering daargelaten, lijkt het in het Molukse over het algemeen, structureel een probleem om het stokje over te dragen. Wat ligt daar aan ten grondslag?

De malaise bij diverse kumpulan en het verdwijnen van de grote Molukse organisaties is een vergelijking, die onmiskenbaar gemaakt kan worden. In het boekje ‘Molukkers en Leiderschap’ stelt auteur R. Sohilait zich de vraag of de huidige en nieuwe generatie Molukkers met de veranderingen in de Nederlandse samenleving mee kunnen bewegen. Hij bevraagt gewezen Molukse leiders i.e. bestuurders en professionals, naar de gewenste leiderschap. En ook de vraag of er wel leiders nodig zijn, wordt zonder meer gesteld.

Allereerst wordt een waslijst aan belemmerende factoren, die de wegbezuinigde organisaties parten speelde, opgetekend: men is teveel naar binnen gericht geweest, de 2e generatie is niet aan zichzelf toegekomen, men is anoniem gebleven en de communicatie verliep moeizaam. De bewijzen liggen er: charismatische leiders zijn er allang niet meer, er is onderlinge verdeeldheid, er zijn te weinig mensen met bestuurskwaliteit en wat vooral essentieel is, er is geen draagvlak gecreëerd.

Wanneer ik deze factoren op de PANN betrek, dan durf ik dezelfde conclusies te trekken. Het bestuur van de PANN is de afgelopen jaren teveel bezig geweest met het repareren van bestuurlijk falen, er is al jaren een slechte communicatie met de achterban, financiële debacles overvleugelen de goede doelen en er is te weinig openheid van zaken. Het is triest om te constateren, maar een algehele visie ontbreekt en competenties laten te wensen over.

Is het falen dan alleen het bestuur aan te rekenen? Absoluut niet. De achterban is daar zeker ook mede schuldig aan. De gemeenschap is laks, ongeïnteresseerd en voelt zich niet verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de kumpulan, terwijl juist een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid gedragen moet worden. Het is een feit, dat de gemeenschap wantrouwend is en alleen kritiek uit, zonder het debat op een bijeenkomst van de kumpulan aan te gaan. Betekent deze impasse dan de doodsteek voor de kumpulan of is er een andere manier van organiseren gewenst?

Volgens de geïnterviewde bestuurders en professionals zijn er mensen nodig met bevlogenheid, moet er gestuurd worden op zelfverantwoordelijkheid van de gemeenschap, moet men weer trots zijn. Men heeft juist bekwame mensen nodig, die het debat niet schuwen en die de kwaliteit bezitten om de kumpulan als bindmiddel te gebruiken om de gemeenschap het gevoel van verbondenheid te geven.

De tijd is aangebroken voor verandering. Het PANN bestuur doet er goed aan om voltallig op te stappen, omdat men het vertrouwen van de achterban kwijt is geraakt. De jarenlange zelfgerichtheid van het bestuur kan gezichtsverlies niet voorkomen, maar daar gaat het helemaal niet om. Voor ieder lid van de gemeenschap zal alleen de missie die de kumpulan zich altijd al ten doel stelde van belang moeten zijn: ondersteuning van de negeri, wederzijdse hulpverlening bij doop, bruiloft of begrafenis en behoud van het gemeenschapsgevoel. Dat betekent een bestuursvorm c.q. leiderschap die coöperatief van aard is. Met andere woorden: met elkaar en voor elkaar.

4 Comments

  1. Beste Magdapattiiha,
    Ik wil best mijn inzet geven voor een betere verhouding voor deze “De kumpulan”, ik weet alleen niet hoe en op welk gebied ik mijn aandeel zou kunnen geven?
    Ik ben Grafisch Vormgever/Fotograaf en binnenhuisarchitect.
    Inmiddels gepensioneerd sinds 2005, maar nog werkzaam op freelance gebied als vormgever/fotograaf.
    Beheers de Moluks-maleise taal niet echt dus dat zal misschien een probleem zijn bij debatten en vergaderingen als deze in het Moluks-maleis worden gedaan.
    Maar misschien kunnen jullie mij daar meer over informeren.
    Met de hartelijke groeten,
    Denis Dee Hehuat

  2. Beste bung,
    Zet je kwaliteiten in, neem een open houding aan en werk met anderen samen. Samen vul je elkaar aan: de een spreekt, de ander doet en weer een ander denkt. En weet waar je het voor doet. That’s all!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s